Dat ik soms net een terriër ben wist ik al. Niet ruwharig, uit mijn bek stinkend en kwispelend, maar vasthoudend dus. Reuze irritant, maar helaas, zo zit ik in elkaar. Pas sinds enkele jaren geleerd hoe je een discussie netje afrondt om niet tot in het oneindige te blijven beargumenteren. Zoiets vraagt een strenge leermeester.
Het verbaasde me dan ook niets dat er iemand luid en duidelijk te kennen gaf dat ik me wel heel erg prominent bezig hield met het crematorium. Of eigenlijk, op het neurotische af het crematorium aan het dwarsbomen was. Ik kan die persoon alleen maar gelijk geven, mijn vasthoudendheid is soms erg vermoeiend, maar vooral voor iemand anders. Ik heb nog niet de behoefte mij onder behandeling te stellen, maar ze houden me in de gaten.
Liberaal of niet, als politicus moet je staan voor waar je in belooft. Uiteraard, er zijn momenten dat je moet buigen waar je zou willen barsten, maar als dat al gebeurt bij een licht briesje, ben je niet uit het goede hout gesneden. Dan ben je van balsahout. Zo was ik tegen deelname van de VVD aan het DB, met name omdat we de betaald parkeren moesten invoeren. Dan buig je niet, maar maak je een krul. Ter verduidelijking; De VVD in een DB waarvan de PvdA- of GroenLinks-wethouder de parkeermeters plant, is een ander verhaal.
En net als je denkt dat je misschien wel heel erg rechtlijing en bent, met kans op verlies van zicht op de kiezer, is het weer leuk als je wordt gebeld door een bijzonder vriendelijke inwoner van Landsmeer die mij wijst op de prachtige plannen in zijn gemeente. Hij komt uit Noord en heeft mijn nummer gekregen. Bezorgd wijst hij mij op de plannen voor een crematorium in zijn gemeente; “Mooi en groot, met zelfs een restaurant.”. Hij vindt het erg jammer dat Noord en Landsmeer de concurrentie met elkaar aangaan. En ik kan dan alleen maar beamen. “Zonde hoor,” verklaart hij mij. Ik voel mijn denkbeeldige staart plotseling kwispelen.