donderdag 30 december 2010

Papierwinkel

Had ik al verteld over mij e-reader? Hierover later een keer meer, maar leuker is hoe ik er aan kwam. Halverwege het afgelopen jaar kregen de waarnemers van Amsterdam-Noord een paar formuliertjes. Het was de administratieve toelating tot de rangen der betaalde volksvertegenwoordigers oftewel de poespas die er voor zorgde dat waarnemers hun vergoeding krijgen. Leuk! Een paar tientjes per maand als tegemoetkoming in gemaakte kosten.

Minder leuk was dat ze weer een hoop informatie van mij moesten hebben. Logisch, ze kunnen niet zomaar geld gaan uitdelen al lijkt het af en toe wel zo. Nee, de gemeente moest ook de naam van mijn vriendin hebben. Als man denk je, waarom niet de naam van mijn ex? Die is wel single.
Hier wilde ik het fijne van weten, je voelt je toch een beetje bedreigd, een stoere, ruige rock and roll-gemeente die aan je vraagt: “Wie is je wijffie?”. Ook zat mijn vriendin hier niet op te wachten: “Ik laat ze wel weten als ik weer op zoek ben.” Een reactie die mij enigszins verontrustte. Mijn vriendin is geweldig, maar wil niet zo graag met mij geassocieerd worden. En dat kan ik mij grondig voorstellen.

Enfin, na een paar maanden kwam het verlossende woord, ze hadden toch niet de gegevens van mijn vriendin nodig. Waarom niet is mij onduidelijk, maar blijkbaar had mijn stoere klap op de toog indruk gemaakt. Opgelucht leverde ik de papieren in en zo stond er half december opeens het opgespaarde bedrag op mijn rekening. Snel kwam het gevoel dat dit geld in iets wezenlijks moest worden omgezet. Iets waarmee ik mijn werkzaamheden voor Noord nog beter kon uitvoeren. En dus werd het een e-reader. Ook mijn keus zal ik later uitgebreider toelichten.

Blijft nog steeds het knagende gevoel dat er ergens in Amsterdam een ambtenaar teleurgesteld heeft zitten kijken naar een formuliertje waarop het vakje partner staat aangekruist, maar de gegevens van die partner vakkundig doch duidelijk zichtbaar zijn weggegomd. Hij staat op, opent een la en stopt het formulier in een beige hangmap, bij nog enkele formuliertjes. Met moeite doet hij de la weer dicht want de andere hangmappen zitten barstensvol met formuliertjes die wel keurig volgens de regels zijn ingevuld.

woensdag 15 december 2010

boos

Het winterweer heeft er toe geleid dat mensen vechten om het gratis zout dat gemeenten uitdelen. Je leest het goed, er wordt gevochten om gratis zout. Ik lees dan eigenlijk: gekken vechten met elkaar om een euro uit te sparen. En dat is de essentie. Hoe mal ben je als je niet tevreden bent met het gratis zout dat je krijgt uitgereikt en hoe boos kun je worden als je net te laat blijkt te zijn voor die grijpstuiver aan zout? Blijkbaar heel erg boos. Zit er thuis iemand in doodsnood en is genezing van een gruwelijke sterven alleen te voorkomen met gratis uitgedeeld zout? Is er iemand die jou in elkaar mept als je niet met de gewenste hoeveelheid gratis strooizout komt opdraven? Wordt je geacht het ijs met je tanden weg te bikken als blijkt dat je voorraad zout onvoldoende is om de grindtegels voor je huis te ontdooien?

Het kan heel erg diep gaan, de woede die sommige mensen plots kunnen hebben. Een aantal jaar geleden ontstak een collega in een tomeloze woedeaanval nadat een andere collega hem vroeg wat hij van de verkiezingsuitslag vond. Witheet werd-ie, en zelden zag ik zo’n diepe haat zo snel opborrelen.
Jaren later herkende ik hem in een donkere bioscoop. Zijn vrouw was blijkbaar niet goed geworden en hij verliet samen met haar de bioscoop. De twee liepen door het beeld en een Engels sprekende man maakte een opmerking. Zoiets als “Hey! Do you mind?” En onmiddellijk herkende ik de diepe haat die duidelijk in zijn stem klonk: “My wife is sick, son of a bitch!”. Het steenkolenengels was niet eens lachwekkend.

Nu ik aan hem denk, besef ik dat hij door zijn eigen haat geheel verteerd moet zijn, de uitslag van de laatste verkiezingen was hem echt niet bevallen.